Stichting Schildklieronderzoek Nederland
Statuten

Statuten van de Stichting Schildklieronderzoek Nederland

      

Artikel 1 - Naam, zetel en duur                                                                                             

      

  1. De stichting is genaamd: Stichting Schildklieronderzoek Nederland
  2. Zij is gevestigd te Amsterdam.     
  3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
  4. De stichting is ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel te Amsterdam.

 

 Artikel 2 - Doel                                                                                                                     

      

  1. Doelstellingen van de stichting zijn het verwerven van fondsen en het hiermee stimuleren van klinisch en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in Nederland dat zich richt op de schildklier en haar hormonen, alsmede het verrichten van al hetgeen dat met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. De stichting tracht haar doelen te bereiken door:

a. het continueren van bestaande sponsorovereenkomsten met industriële partners

b. het leggen van contacten met potentiële partners en het sluiten van sponsorovereenkomsten

c. het verkrijgen van subsidies van overheidswege

d. het organiseren van bijeenkomsten van onderzoeksgroepen in het schildklierveld

e. het organiseren van een jaarlijks (internationaal) Schildkliersymposium

f. het toekennen van een jaarlijkse Schildklierprijs aan een persoon of groep die een bijzondere bijdrage aan het Nederlandse schildklieronderzoek heeft geleverd, waarbij de geldprijs aangewend dient te worden voor verder onderzoek

g. het toekennen van reisbeurzen aan studenten of promovendi voor laboratorium- of congresbezoek verband houdend met schildklieronderzoek

h. samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Endocrinologie, de Nederlandse organisaties voor schildklierpatiënten (verenigd in SON) en de European Thyroid Association.

  1. De stichting heeft het maken van winst uitdrukkelijk niet ten doel.

                                                                                                                                            

Artikel 3 - Vermogen                                                                                                            

      

Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:                                                      

  1. het stichtingskapitaal                                                                                                
  2. subsidies en dona­ties                                                                                               
  3. erfstellingen, legaten en schenkingen                                                                         
  4. eventuele andere verkrijgin­gen en baten.                                                                    

 

Artikel 4 - Bestuur                                                                                                                

      

  1. Het bestuur van de stichting is samengesteld uit vertegenwoordigers van de schildklieronderzoeksgroepen die actief zijn binnen de Nederlandse academische medische centra. Per centrum kunnen de schildklieronderzoekers één vertegenwoordiger zitting laten nemen in het bestuur. Het bestuur bestaat uit minimaal drie en maximaal zeven leden.
  2. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penning­meester.      
  3. Bestuursleden worden benoemd voor een periode van drie jaar, waarbij het bestuur een rooster van aftreden opstelt. Aftredende bestuursleden zijn terstond herkiesbaar. Een tussentijds benoemd bestuurslid neemt op het rooster de plaats in van zijn voorganger.
  4. De positie van voorzitter kan niet voor twee aaneengesloten periodes door hetzelfde bestuurslid bekleed worden.
  5. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbre­ken, dan vormen de overblij­vende bestuursleden, of vormt het enige overblij­vende bestuurslid niettemin een wettig bestuur.  
  6. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden.

 

Artikel 5 - Bestuursvergadering en bestuursbesluiten            

      

  1. De bestuursvergaderingen worden per toerbeurt gehouden in één van de academische medische centra, of indien alle bestuurs­le­den daarmee instemmen elders. Iedere 6 maanden wordt tenminste één vergadering gehouden.
  2. Vergade­ringen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk vindt of indien één der andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in dier voege, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergade­ring bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formali­teiten.           
  3. De oproeping tot de vergadering geschiedt ‑ behoudens het in lid 2 bepaalde ‑ door de voorzitter, voor zover mogelijk tenminste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van oproe­pingsbrieven of per e-mail.  
  4. De oproe­pingsbrie­ven of e-mails vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergade­ring, de te behandelen onderwer­pen.         
  5. Zolang in een bestuurs­vergade­ring alle in functie zijnde bestuursleden aanwe­zig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwer­pen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.      
  6. De vergade­ringen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergade­ring zelf haar voorzitter aan.      
  7. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aange­zocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
  8. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuursleden ter vergadering aanwezig of verte­gen­woor­digd zijn. Een bestuurslid kan zich tijdens een vergadering door een medebestuurslid laten vertegen­woordigen onder overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter der vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtig­de optreden.
  9. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursle­den in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk of per e-mail hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
  10. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem en alle bestuursbe­sluiten worden genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.  
  11. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.    
  12. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  13. In alle geschillen omtrent stemmin­gen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.   

 

Artikel 6 - Bestuursbevoegdheid en vertegenwoordiging                                                     

  

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.    
  2. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten.
  3. Het bestuur is niet bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.   


Artikel 7 - Bestuursverdeling                                                                                                

 

Het bestuur vertegenwoordigt de stichting in en buiten rechte. De vertegen­woordi­gings­bevoegdheid komt mede toe aan de voorzitter tezamen met de secretaris, of de voorzitter tezamen met de penningmeester, en bij hun belet of ontstentenis hun daartoe door het bestuur uit zijn midden aangewezen plaatsvervanger.                                    

Artikel 8 - Einde bestuurslidmaatschap                                                                                

      

Het bestuurslid­maatschap eindigt:                                                                                         

  1. na afloop van de zittingsperiode van drie jaar, tenzij het lid herkozen wordt
  2. door overlijden van een bestuurs­lid
  3. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen
  4. bij schriftelijke ontslagne­ming (bedanken)
  5. alsmede bij ontslag op grond van artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Artikel 9 - Boekjaar en jaarstukken                                                                                       

      

  1. Het boekjaar van de stichting loopt van één januari tot en met eenendertig december van het zelfde jaar.
  2. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten. Daaruit worden door de penning­meester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opge­maakt, welke jaarstukken binnen twee maanden na afloop van het boekjaar aan het bestuur worden aangeboden.           
  3. Het bestuur laat de boeken van de stichting onderzoeken door een externe deskun­dige die van zijn bevindingen aan het bestuur verslag doet.        
  4. De jaarstuk­ken worden door het bestuur vastgesteld nadat het heeft kennis genomen van het door de externe deskundige uitgebrachte verslag.  

 

Artikel 10 - Reglement                                                                                                          

      

  1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.         
  2. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.      
  3. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepas­sing.      

 

 Artikel 11 - Statutenwijziging                                                                                               

      

  1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met algemene stemmen in een vergade­ring, waarin alle bestuurs­leden aanwezig of vertegen­woordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat.
  2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.      
  3. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wij­zi­ging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het Openbaar Stichtingenregister, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken, binnen welker gebied de stichting haar zetel heeft.

 

 Artikel 12 - Ontbinding en vereffening                                                                                  

      

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.          
  2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffe­ning van haar vermogen nodig is.       
  3. De vereffening geschiedt door het bestuur.          
  4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrij­ving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 11 lid 3.
  5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
  6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting ter stimulering van het klinisch en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in Nederland dat zich richt op de schildklier en haar hormonen. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbon­den stichting gedurende dertig jaren berusten onder de jongste vereffenaar.      

 

Artikel 13 - Slotbepalingen                                                                                                   

 

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voor­zien, beslist het bestuur.